Atef Abu Saif

Rashid Novaire

Rashid Novaire

Uitgesproken in De Nieuwe Liefde op vrijdag 13 juni 2025, tijdens Current Literary Affairs, een programma van SLAA, De Nieuwe Liefde en Read My World.

Atef Abu Saif ken ik van een gezamenlijke tournee door Duitsland en als auteur van de roman A suspended life uit 2014 en de Gaza oorlogsdagboeken The drone eats with me (2014) en Don’t look left–a diary of genocide (2023).

In de zomer van 2006 was Saif de laatste schrijver die aankwam in Berlijn. Op weg naar de Duitse hoofdstad moest hij de grens van Gaza naar Egypte oversteken terwijl Gaza vanaf zee, vanaf land en vanuit de lucht werd aangevallen. Een schrandere jonge schrijver kwam behoedzaam aanlopen over de Potsdamer Platz. Een stem even teer als strijdbaar. Een getuige. Een leraar op de universiteit van Gaza. Een chroniqueur.

Ik wist toen nog niet dat de stem van Saif zo ver zou klinken. Dat hij minister van cultuur zou worden van de Palestinian National Authority. Dat hij een omvangrijk oeuvre zou schrijven waarvan de romans A suspended life en Haji Christina op de shortlist terecht zouden komen van the international prize for Arabic fiction. Dat hij theater zou schrijven. Politiekwetenschappelijke werken. Dat hij lezers zou bereiken van Japan tot Turkije tot Zuid-Afrika, de kracht zou vinden te schrijven en te publiceren terwijl de genocidale vernietiging van zijn volk plaatsvindt op dit moment.

Ik bleef zijn werk volgen. Gegrepen door de titel The drone eats with me, begon ik te lezen in een oorlogsdagboek en werd deelgenoot van een echtelijk gesprek in een huis op de Gazastrook, een dialoog tussen Atef en zijn vrouw Hanna: tussen bommenregens door, tijdens het Israëlisch offensief van de zomer van 2014, wil Atef, even maar, naar de buurt gaan waar zijn vader woont.

‘Ze houdt vol dat het te gevaarlijk is. Ik antwoord: ‘Heel Gaza is gevaarlijk.’

Einde hoofdstuk. Een huwelijk. Een discussie. Een weerwoord aan het einde van de dag. We weten als lezer niet of de schrijver naar zijn vader gaat. Wie er sterven zal, wie er navertelt. Maar we weten dat de schrijver een weerwoord had.

Aan het eind van de oorlog in 2014 zegt hij tegen een journalist: ‘Ik heb gewonnen omdat ik heb overleefd.’ Maar als hij door Nasser street loopt realiseert hij zich dat de enige echte overwinning bevrijding is.

‘Ze houdt vol dat het te gevaarlijk is. Ik antwoord: ‘Heel Gaza is gevaarlijk.’

In oktober 2023 reist Atef Abu Saif, als minister van cultuur, voor een bezoek van vier dagen, met zijn vijftienjarige zoon Yasser, naar Gaza. Als vader en zoon op een ochtend zwemmen in zee, beginnen de bommen te vallen en sluiten de grenzen. Don’t look left begon als een serie WhatsApp en Voice mail berichten en groeide uit tot een tweede oorlogsdagboek, een nauwgezet verslag van de eerste vijf-en-tachtig dagen van de Israëlische invasie van Gaza die begon in 2023.

Die oorlogsdagboeken lezend, denk je als lezer aan de romans van Saif. Het wezen van de werkelijkheid van de familie, vrienden en collega-kunstenaars die Saif in Don’t look left opvoert wordt niet alleen bepaald door het ultieme nu: door angst, schaarste en de vlucht, maar, in de voortdurende dagelijkse vernedering die het menselijk verstand moet ondergaan, ook door wat Saif in de roman A suspended life noemt ‘de vogels van de herinnering die neerstrijken en zich bemoeien met gedachten.’  Het is een foto, een lied, een stilte tussen moordend lawaai die zowel de schrijver als zijn personages terugbrengen naar verleden en geleden tijd.

Zo kijkt het personage Naîm Wardâni, een zestiger, werkzaam op een drukkerij in een vluchtelingenkamp op de Gazastrook waar hij posters fabriceert van martelaren, voor hij aan het werk gaat met die beeltenissen van de laatste doden, ook naar het beeld aan de muur van zijn vader en zijn grootvader, nog voor de oorlog in Jaffa, voor Naîm geboren werd. Aan de overzijde van de muur, prijkt een zwartwit ansichtkaart van de stad: Huizen op een heuvel, vredig aan zee. Een beeld van Naîms geboortestad zoals je het in elk geschiedenisboek kan vinden. Het is hier bij deze terloopse blik op een onbereikbaar vaderland dat we samen met het personage de dag beginnen.

‘Vrij ben ik niet als ik overleefd heb maar als de bezetting ten einde is,’ echoot het na.

Een verhaal opschrijven in een oorlog vraagt heel simpel om licht, en vaak liggen we met Atef Abu Saif wakker zonder de hulpmiddelen om het verhaal van de dag te schrijven. Als de batterijen van de telefoon leeg zijn, hij niet naar het nieuws kan luisteren, als hij in het donker ligt en raadt. Die gedrevenheid van de schrijver om te schrijven levert hem voortdurend gevaar op. En zoals Saif naar het internetcafé blijft gaan – zelfs als hij zich later voor die gevaarlijke wandeling kan schamen – zo geeft hij zijn personage Naîm dezelfde vastbeslotenheid in gedachten mee: ‘Heldendom is wanneer je weet wat je voor ogen staat, en overtuigd bent, het juiste te doen, ook wanneer het je leven kost. De mensen in Gaza zijn slachtoffers van een dodenmachine. Als graankorrels die op de dorsvloer in die machine geraken. Maar door je te verzetten, krijgt leven een zin, de slachtoffers krijgen een waarde.’

‘Vrij ben ik niet als ik overleefd heb maar als de bezetting ten einde is,’ echoot het na.

Zo is elk woord verzet tegen de machine die ons de dodenstilte aanjaagt, van een schrijver die werd geboren in het vluchtelingenkamp Jabalia en die ons, af en toe, in voetnoten, uitlegt waar andere mensen zijn opgegroeid: zoals Nusereit camp, waar oorspronkelijk 16.000 vluchtelingen waren gehuisvest na de Nakba maar waar nu 66.000 mensen wonen. Mensen die je net wat meer gaan interesseren omdat je de meest intieme dingen van ze te weten komt. Zoals je over een vriendin van de schrijver nu weet dat ze  als ze slaapt haar benen met elkaar verstrengeld, precies zoals haar armen, zodat als ze gedood wordt haar lichaam bewaard zal worden in een stuk.

Atef herinnert zich in een van de oorlogsdagboeken hoe hij vroeger, dertig jaar geleden, in het puin, als kind, speelde dat hij, net als de soldaten, huizen verwoestte. Nu spelen kinderen in het puin van verwoeste steden tussen de doden hetzelfde spel.

Ik wou dat ik kon eindigen met het beeld dat Atef zijn spelende kinderen helpt hun huizen van puinsteen te herbouwen. Maar ik wil die illusie graag behoeden, omdat ik daarmee te kort zou doen aan het werk van een groot schrijver.

Rashid Novaire

Atef Abu Saif in gesprek met Naeeda Aurangzeb in De Nieuwe Liefde