Een ode aan Astrid Roemer

Charisa Chotoe

Tekst: Charisa Chotoe

Uitgesproken tijdens RMW 2024

Een ontmoeting met een schrijver gaat meestal als volgt: je bezoekt een boekhandel, je luistert naar het praatje van de schrijver, je staat in de rij voor een handtekening, je krijgt de handtekening en je zegt hoe achtenswaardig je de schrijver vindt. Dat wereldse beslommeringen makkelijker te navigeren zijn door diens boeken. En met een beetje lef, en vooral als anderen niet meeluisteren, zeg je dat je hoopt op een dag ook ooit een boek te schrijven.

Een aantal jaar geleden had ik het voorrecht om de schrijver te ontmoeten, die mijn wereldse beslommeringen makkelijker navigeren maakt. En goed, ik had die handtekening en stiekem zei ik ooit te willen publiceren, maar de smalltalk was van korte duur. Want niet veel later bevond ik mij in een innige discussie met mevrouw Astrid Roemer, aan een lange tafel met mede-bewonderaars boven de boekhandel op Het Spui. De discussie ging over of ik, als geboren Hagenees, mijzelf Nederlander kon noemen. En is dat dan een titel die je jezelf oplegt, die een ander je oplegt of is het een gevoel en is dat dan alles bepalend? En speelt liefde daar nog een rol in? Ik geloof dat onze huidige regering er nog veel van had kunnen leren.

Toen ik het gevoel kreeg dat de meerderheid aan tafel de felle discussie zat was, vroeg ik aan mevrouw Roemer om het over de liefde te hebben. Een discussie over de liefde raakt men immers nooit zat, dacht ik. Roemer antwoordde ‘Maar… was dít dan geen liefde?’. Ik leerde daar ter plekke, dat ook tegenspraak als deze, liefde is. Het was één van de weinige keren dat ik het mens-zijn wél begreep.

En toch… is er iets menselijker dan niet begrijpen hoe mens te zijn? Wie bekend is met het oeuvre van de schrijver die we vandaag eren, weet dat Roemer dat als geen ander in woorden kan vatten.

De Surinaamse dichter Trefossa schreef:

Te m’ drai kon baka, sonten mi sa tron

Want ptyinso moro betre libisma,

Di sabi lafu, sabi tya fonfon

Als ik ben teruggekeerd zal ik

Misschien geworden zijn

Een beetje beter mens

Die kan lachen, slaag kan dragen

Het gevoel dat overheerst bij het uitlezen van de boeken van Roemer. Vandaag, hier met u samen zijn, terugkijken op een weergaloos schrijverschap, het is een ware eer. Een ode aan Astrid Roemer en een halve eeuw aan proza.

Dat in 1974 begon met Neem mij terug, Suriname. Later herschreven en uitgegeven als Nergens Ergens in 1983. De roerige jaren 70 lieten een niet te ontkennen litteken achter op de levens van vele Surinamers. Met duizenden tegelijk kozen velen ervoor de economische wanorde in Suriname niet langer te doorstaan of nóg erger af te wachten. Nergens Ergens beschrijft de steken die zo’n levensveranderde keuze met zich meebrengt.

‘Mijn god, wat heb ik mij ontworteld gevoeld! Alsof daar iets achterbleef waar ik nooit meer aan zal kunnen komen. Een aura van veiligheid, geborgenheid en warmte’, vroed protagonist Benny als hij terugdenkt aan de laatste keer dat hij zijn slaapkamer in Suriname bekeek. Het is een intergenerationeel voelbare leegte.

Nergens Ergens is een intiem verslag van en voor hen die zoeken naar een aura van veiligheid, geborgenheid en warmte in context van ’s Nederlands bijtende kou. Ze zoeken dat in de relatie tot bloedverwanten die het Zuid-Amerikaanse continent al voor lange tijd hebben verlaten, waarvan de vreugde van een tropische zon al niet meer terug te vinden is in hun karakter. Ze zoeken het in het proberen waar te maken van grote en kleine dromen, in het verlangen naar de ander en doen dat tijdens het navigeren in een postkoloniale wereld.

En hoewel de protagonist van Nergens Ergens een man is, valt reeds in dit debuut al een figuur te vinden die in Roemers oeuvre vaak terugkomt: vrouwen met veel en hevige verlangens, niet bang om die gevoelens achterna te gaan.

De figuur van die vrouw komt tot volle kracht in een latere roman: Over de gekte van een Vrouw. Niet alleen een klassieker binnen de feministische literatuur maar ook binnen de LHBT-literatuur. Hoofdpersoon Noenka is een dappere maar geteisterde vrouw die, tegen beter weten in, zich in alle toonaarden afzet tegen de dan heersende maatschappelijke normen voor de vrouw in Suriname. Het was de grote doorbraak van Roemer in Nederland, een ongekend succes. Het maakte Roemer voor altijd één van de belangrijkste Surinaams-Nederlandse feministen.

In Armada, een tijdschrift voor wereldliteratuur, wijdt Emma van Meyeren haar essay aan hoe koloniale macht het leven van hoofdpersoon Noenka onmiskenbaar gevormd heeft: ‘Het psychologische landschap van Over de gekte omvat niet alleen hetero’s en homo’s, maar een complex netwerk van mensen die zich op verschillende manier tot hun seksualiteit verhouden. Het is een queer roman zoals die pas decennia na haar publicatie gangbaar werd: seksualiteit is fluïde en verandert constant. Deze nadruk op seksualiteit zorgt ervoor dat Noenka haar dekoloniserende omgeving op een lichamelijke en intieme manier leert kennen.’ Wat mij betreft beschrijft dit precies wat De gekte van een vrouw een tijdloze klassieker maakt.

Het boek kwam uit in 1982. Aan de ene kant van de oceaan zouden later in dat jaar de Decembermoorden plaatsvinden, nadat er twee jaar eerder een militaire staatsgreep plaatsvond. Vanaf ’86 kwam daar ook nog een Binnenlandse Oorlog bovenop. Het maakte de jaren tachtig in Suriname een wankele tijd om een persoonlijke identiteit te vormen. Een boek zoals deze was juíst daarom van onmiskenbaar belang.

Aan de andere kant van de oceaan was de tweede feministische golf in volle gang, waar inclusiviteit in alle toonaarden ontbrak. Witte vrouwen hielden vast aan wat later beschreven werd door dr. Gloria Wekker als Witte Onschuld, waardoor de beweging ervaringen van zwarte vrouwen en vrouwen van kleur onvoldoende erkende. Roemer schoof haar kritiek niet zomaar onder banken of stoelen en schreef een manifest over haar angsten en twijfels als zwarte vrouw over het wit feminisme. In hetzelfde decennium werd de Zwarte-, Migranten- en Vluchtelingenvrouwenbeweging opgezet, die de betekenis van gender in haar intersectie met etniciteit in Nederland aan de orde stelt.

Ik schets u hier een achtergrond, of misschien juist wel een voorgrond, van de tijd waarin Over de gekte van een vrouw werd uitgegeven, om het belang te benadrukken van het verschijnen van dit boek.

Te m’ drai kon baka, sonten mi sa tron

Want ptyinso moro betre libisma,

Di sabi lafu, sabi tya fonfon

Dacht ik weer na het lezen van dit boek. De regels van Trefossa. Een beetje beter mens.

De hoofdpersonen in de boeken van Roemer voelen soms als eenlingen binnen toch al kwetsbare familiebanden, vanwege het constante gevoel daar juist buiten te staan. Is het daarom wellicht zo herkenbaar voor zij die het mens-zijn te vaak als beproeving zien? Als puzzelstukken waarvan de kanten ontbreken maar blijven geloven dat we ooit, tevreden tegen de kanten van die puzzel aan zullen lopen.

Gelukkig sta ik hier vandaag, tijdens deze ode voor 50 jaar schrijverschap van Astrid Roemer, niet als eenling. Schrijver en dramaturg Ayden Carlo draagt een brief voor aan Benny, de hoofdpersoon uit Roemers debuut. Onze hooggeëerde gast van vanavond, Astrid Roemer, zal voordragen uit de memoires van een thuisloze (haar woorden) Liefde in tijden van gebrek. De alom geprezen dichter Radna Fabias zal voordragen uit eigen werk.

Als afsluiting wil ik graag nog het volgende beklemtonen. Ik ben dikwijls op zoek naar mijzelf, vaak in de woorden van anderen. Toegeven dat het Nederlandse kolonialisme mij inherent geraakt heeft vind ik nog altijd moeilijk en bewegen in een postkoloniale wereld waar de doorwerking ervan door velen nog ontkend wordt, stemt mij meer dan eens droevig. In een witte samenleving, gestoeld op superioriteit, waar ik zelden een veilig thuis vindt, probeer ik mens te zijn, mijn liefde voor vrouwen te navigeren, de intergenerationele trauma’s met grootouders te bespreken, intieme vriendschappen erop na te houden, vanuit het hart te bewegen.

Ik ben 31 jaar en mens-zijn gaat me niet altijd makkelijk af en juist daarom is hier staan een eer, om te benadrukken dat Astrid Roemer mij door haar fantastische oeuvre, 50 jaar aan mens-zijn gaf. En ik daardoor kan geloven dat niet weten hoe mens te zijn, precies genoeg mens is.

Charisa Chotoe